Skip to end of metadata
Go to start of metadata

Inleiding


Voor de logische Twiin architectuur voor beeld en databeschikbaarheid is gekozen voor een variant van de conceptuele oplossingsrichting A. In deze logische architectuur staan de gegevens bij de bron en worden deze door middel van een decentrale index in de knooppunten of  bij de aangesloten zorgaanbieders gevonden. We spreken van beeldbeschikbaarheid als het gaat om het beschikbaar stellen van beeldonderzoeken, beelden en verslagen. Dit is mogelijk middels de uitwisselconcepten van een geïndexeerde bevraging (via een tijdlijn - conform de eisen van de NVVR (Nederlandse verenging van Radiologen) en middels versturen via het uitwisselconcept push. Onder databeschikbaarheid verstaan we een generieke architectuur voor het beschikbaar stellen van data via documenten en / of data elementen via push en pull uitwisselconcepten voor data gerelateerde Twiin zorgtoepassingen als eOverdracht en BgZ.


De logische architectuur van Twiin is de generiek architectuur voor de Twiin zorgtoepassingen


Essentieel bij de logische architectuur voor de pull-uitwisselconcepten is dat alle gegevens  bij de bron blijven onder verantwoordelijkheid van de brondossierhouder. Een raadplegende zorgaanbieder kan via een “Gekwalificeerde Twiin Knooppunt (GTK)” toegang krijgen tot de gegevens. Vanuit het raadplegende GTK kan de vraag gesteld worden aan andere GTK’s om gegevens aan te leveren. Dit kunnen tijdlijngegevens (meta data waarmee een tijdlijn opgebouwd kan worden) of medische gegevens zijn. De tijdlijn wordt  binnen het GTK of binnen de applicatie van de zorgaanbieder samengesteld. De benodigde gegevens om de tijdlijn te kunnen samenstellen worden in het Twiin afsprakenstelsel beschreven bij de betreffende zorgtoepassing. Het opvragen en het tonen van de tijdlijn vindt plaats via het GTK of via de applicatie van de opvragende zorgaanbieder. 


De verantwoordelijkheid voor (beschikbaarheid, integriteit en vertrouwelijkheid van) de originele gegevens ligt bij de bron.


In onderstaande figuur is de logische architectuur weergegeven waarin te zien is waar welke actoren zich bevinden, welke diensten geleverd worden door welke applicaties en welke informatie daarbij essentieel is. Deze weergave is op een logisch niveau. Meer gedetailleerde uitwerking van de architectuur (de transacties, metadata en data die uitgewisseld wordt) wordt in de aansluit- en implementatiewijzer beschreven.

De logische architectuur van Twiin voor het verbinden van bestaande landelijke en regionale zorgnetwerken door middel van een afsprakenstelsel, gemeenschappelijke voorzieningen en knooppunten met als doel landelijke dekking voor de beschikbaarheid van gegevens voor meerdere zorgtoepassingen


Applicatie diagram


Onderstaande figuur bevat de applicatiecomponenten en flows tussen deze componenten. De nummers verwijzen naar de stappen die in de paragraaf sequence zijn uitgewerkt. De normale nummers betreffen de gewone flow, de nummers met letters erachter betreffen een parallelle flow. Rechts en links staan nu respectievelijk een bron en een raadplegende organisatie. Dit kunnen aan beide kanten in de praktijk meerdere organisaties zijn. Bovenaan staan de gemeenschappelijke voorzieningen.



Figuur 2 Applicatiediagram behorende bij de logische architectuur van Twiin


Sequence beschrijving

In het voorbeeld dat in Figuur 2 is uitgewerkt wil Zorgaanbieder A (links) over de gegevens van een patiënt bij andere zorgaanbieders kunnen beschikken. In het diagram zijn de antwoord flows niet gemodelleerd, de lezer moet aannemen dat deze wel plaatsvinden.


Pre-conditie

  • De patiënt heeft toestemming gegeven voor beschikbaarstellen van (de door de zorgaanbieder A gewenste) informatie en dit is vastgelegd in de gemeenschappelijke voorziening voor toestemming. Deze flow is niet in het diagram weergegeven.
  • Adresseringsgegevens van de bronsystemen (Twiin interface van het gebruikte knooppunt ) zijn beschikbaar gemaakt binnen de knooppunten (flow 0).
  • De zorgaanbieders hebben bij de lokalisatie aangemeld dat er bepaalde informatie over een patiënt beschikbaar is. Deze flows zijn niet in het diagram weergegeven.


Inzien tijdlijngegevens


  1. Zorgaanbieder A wil over de gegevens van de patiënt beschikken in applicatie XIS A. XIS A vraagt de tijdlijngegevens op via het uitwisselingssysteem
  2. Het uitwisselingssysteem zet deze vraag door naar zijn (agerende) Twiin Interface
  3. Waar voor de zorgaanbieder beschikbare gegevens staan wordt opgevraagd bij de lokalisatie component. Deze vraag verloopt via het toestemmingsregister; eerst wordt de toestemming gecontroleerd en vervolgens worden de lokalisatiegegevens opgezocht.  In het antwoord van de lokalisatie component staat in dit voorbeeld dat Zorgaanbieder B en C tijdlijngegevens van de patiënt hebben.
  4. De opvragende Twiin interface weet via welk(e) knooppunt(en) de XIS’en van zorgaanbieder B en C te bereiken zijn (flow 0) en vraagt de tijdlijngegevens daar op (flow 4a en 4b).
  5. (Via) de reagerende Twiin Interfaces wordt namens Zorgaanbieders B en C getoetst of er daadwerkelijk toestemming is gegeven om de gevraagde gegevens op te leveren aan Zorgaanbieder A (flow 5a en 5b). In dit voorbeeld is dit daadwerkelijk het geval. De koppeling op Mitz verloopt via de US'en. Twiin schrijft voor aan de GTKs dat -conform de eisen van Mitz- toestemming gecontroleerd moet worden voordat er (tijdlijn)gegevens worden opgeleverd.
  6. De vraag van Zorgaanbieder A wordt doorgezet naar de uitwisselingssystemen van Zorgaanbieder B en C (flow 6a en 6b).
  7. Het uitwisselingssysteem regelt dat de vraag doorgezet wordt naar de bronsystemen waar de gegevens zijn opgeslagen (flow 7a).
    1. het kan zijn dat het niet nodig is om gegevens op te vragen bij het XIS van de zorgaanbieder, zoals bij Zorgaanbieder C. In dit geval is er bij het uitwisselsysteem al een index met tijdlijngegevens bekend

8-12. Bronsystemen van B en C leveren de gegevens op, via de verschillende uitwisselingssystemen en knooppunten aan XIS A. 

Resultaat: Zorgverlener A heeft in applicatie XIS A de tijdlijngegevens van de patiënt en kan daarmee een tijdlijn samenstellen.


Inzien medische gegevens

Naar aanleiding van de tijdlijngegevens kan een zorgaanbieder de bijbehorende medische gegevens ophalen (zoals beeld en verslag).


Figuur 3: Oplossingsrichting B-: ophalen medische gegevens

Pre-conditie

  • De patiënt heeft toestemming gegeven voor beschikbaarstellen van (de door de zorgaanbieder A gewenste) informatie en dit is vastgelegd in de gemeenschappelijke voorziening voor toestemming. Deze flow is niet in het diagram weergegeven.
  • Adresseringsgegevens van de bronsystemen (Twiin interface van het gebruikte knooppunt ) zijn beschikbaar gemaakt binnen de knooppunten (flow 0).
  • Zorgaanbieder A heeft de beschikking over tijdlijngegevens. Deze tijdlijngegevens bevatten een verwijzing naar de bijbehorende medische gegevens.


sequence

  1. Zorgaanbieder A wil over de medische gegevens van de patiënt beschikken in applicatie XIS A. De tijdlijngegevens bevatten een verwijzing naar de medische gegevens. XIS A vraagt de bijbehorende medische gegevens op via het uitwisselingssysteem. Het gaat om medische gegevens die bij Zorgaanbieder B en C zijn.
  2. Het uitwisselingssysteem zet deze vraag door naar zijn (agerende) Twiin Interface
  3. --
  4. De opvragende Twiin interface weet via welk(e) knooppunt(en) de XIS’en van zorgaanbieder B en C te bereiken zijn (flow 0) en vraagt de medische gegevens daar op (flow 4a en 4b).
  5. (Via) de reagerende Twiin Interfaces wordt namens Zorgaanbieders B en C getoetst of er daadwerkelijk toestemming is gegeven om de gevraagde gegevens op te leveren aan Zorgaanbieder A (flow 5a en 5b). In dit voorbeeld is dit daadwerkelijk het geval. De koppeling op Mitz verloopt via de US'en. Twiin schrijft voor aan de GTKs dat -conform de eisen van Mitz- toestemming gecontroleerd moet worden voordat er (tijdlijn)gegevens worden opgeleverd. Maar het kan ook zijn dat men er voor kiest dat het antwoord op de controle van de toestemming bij het bevragen van de tijdlijngegevens nog geldig is en daarmee ook het ophalen van medische gegevens mag. 
  6. De vraag van Zorgaanbieder A wordt doorgezet naar de uitwisselingssystemen van Zorgaanbieder B en C (flow 6a en 6b). 
  7. Het uitwisselingssysteem regelt dat de vraag doorgezet wordt naar de bronsystemen waar de gegevens zijn opgeslagen (flow 7a en 7b). Afhankelijk van de het type opgevraagde gegevens en de inrichting van het GTK kan dit één vraag zijn (om een document), of meerdere queries waarmee het GTK een samengesteld antwoord op kan leveren.

8-12. Bronsystemen van B en C leveren de gegevens op, via de verschillende uitwisselingssystemen en knooppunten aan XIS A. 

Resultaat: Zorgverlener A heeft in applicatie XIS A de medische gegevens van de patiënt (bijvoorbeeld beeld en verslag).


Applicatiecomponenten en uitwisselconcepten


In dit onderdeel worden de applicatiecomponenten en uitwisselconcepten beschreven. tevens wordt er een logische referentiearchitectuur meegeven als voorbeeld voor achter de GtK's.



  • No labels