Skip to end of metadata
Go to start of metadata

Scope


Twiin heeft als doel dat zorgverleners veilig medische gegevens uit kunnen wisselen met elkaar én met patiënten. Twiin verbindt daartoe bestaande landelijke en regionale zorgnetwerken door middel van een landelijk afsprakenstelsel, een set van gemeenschappelijke voorzieningen en knooppunten. In Twiin noemen we een knooppunt als het voldoet aan de Twiin afsprakenstelsel een GTK, een gekwalificeerd Twiin knooppunt. Via een knooppunt kunnen zorgaanbieders informatie delen met andere zorgaanbieders en patiënten en komen gemeenschappelijke voorzieningen beschikbaar voor gebruik. Twiin is breed toepasbaar voor zorgprocessen.

Figuur 1 geeft schematisch het afsprakenstelsel met de gemeenschappelijke voorzieningen weer. Gemeenschappelijke voorzieningen vervullen generieke functies zoals bijvoorbeeld de toestemming van een patiënt of adressering van een zorgaanbieder. 


Figuur 1: Afsprakenstelsel en gemeenschappelijke voorzieningen

Het Twiin Afsprakenstelsel bestaat uit een set van afspraken, procedures en regels op gebied van organisatie, besturing, toezicht, beheer, architectuur, toepassingen, techniek met als doel het realiseren en borgen van interoperabiliteit en het vertrouwen binnen het Twiin netwerk. Daarbij wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van andere bestaande afsprakenstelsels en referentiearchitecturen als de DIZRA. Twiin adopteert deze en vult deze waar nodig aan tot een overkoepelend samenhangend stelsel. In figuur 2 wordt het speelveld weergegeven waarbij in het oranje de scope van Twiin is aangegeven. Het oranje vlak weerspiegelt het primaire verantwoordelijkheid gebied van Twiin, het vertrouwd organisatienetwerk met de knooppunten en de gemeenschappelijke voorzieningen. Het beschouwingsgebied van Twiin is  van zorgverlener (of patiënt)  naar zorgverlener, de (end to end) zorgprocessen en zorgtoepassingen. De verantwoordelijkheid van Twiin rijkt zich sus niet uit achter de knooppunten en bij de zorgaanbieder. Daar ligt de verantwoordelijkheid uiteraard respectievelijk bij de knoopppunten en de zorgaanbieders zelf.

 

Figuur 2: Gekwalificeerde Twiin Knooppunten en gemeenschappelijke voorzieningen 

Huidige situatie en Twiin

In Nederland zijn reeds netwerken aanwezig waar zorgaanbieders op zijn aangesloten en waarmee gegevens worden uitgewisseld. Dit zijn bijvoorbeeld het LSP, de XDS-netwerken, en een aantal overige netwerken. In de visie samenhang op de zorginfrastructuren worden deze netwerken omschreven als knooppunten die gebruik maken van centrale voorzieningen. De knooppuntgedachte sluit goed aan bij de Nederlandse situatie en organisatie van de Zorg ICT en bij de ontwikkelingen die we zien in het buitenland. 

Binnen Twiin wordt de term "Gekwalificeerd Twiin Knooppunt" geïntroduceerd met bijbehorende gemeenschappelijke voorzieningen. Zorgaanbieders sluiten aan op een of meerdere Gekwalificeerd Twiin Knooppunt die vervolgens op Twiin aangesloten zijn en gebruik maken van gemeenschappelijke voorzieningen. Het concept van knooppunten:

  • biedt ruimte voor flexibiliteit en nadere specifieke invulling
  • past goed bij reeds bestaande infrastructuren
  • past goed bij de wijze waarop governance binnen het Nederlandse zorglandschap is geregeld
  • zorgt voor schaalbaarheid


Twiin netwerk 

Door Gekwalificeerde Twiin Knooppunten in te richten en aan elkaar te verbinden ontstaat een Twiin netwerk dat in optimale vorm landelijk dekkend is. Er is verschil tussen het Twiin netwerk en wat het programma Twiin (straks: 'de Twiin organisatie') als producten/diensten levert. 
Het programma Twiin levert een afsprakenstelsel en een deel gemeenschappelijke voorzieningen die randvoorwaardelijk zijn om uiteindelijk het Twiin netwerk te realiseren. Gemeenschappelijke voorzieningen zijn geen onderdeel van Twiin, tenzij er (nog) geen gemeenschappelijke voorziening is die wel noodzakelijk is voor Twiin. 

Onderdelen van het Twiin netwerk (figuur 3):

  • Zorgverleners: verlenen beroepsmatig zorg aan een ander. Zij zijn aan het netwerk verbonden via de zorgaanbieder.
  • Zorgaanbieders: beschikken over patiëntgegevens die onderling aan elkaar beschikbaar worden gesteld en worden uitgewisseld. Zij sluiten aan op een of meerdere knooppunten.
  • Gekwalificeerde Twiin Knooppunten: voorzien in specifieke functies ten aanzien van gegevensbeschikbaarheid die nodig zijn om zorgtoepassingen te ondersteunen. Zij zijn verbonden met andere knooppunten.
  • Gemeenschappelijke voorzieningen: vervullen generieke functies die voor werking van zorgtoepassingen nodig zijn. Zij worden aangeboden via de knooppunten.

De netwerkinfrastructuur omvat de verbindingen tussen de verschillende componenten die nodig zijn om daadwerkelijke transport van gegevens in het netwerk mogelijk te maken.

Figuur 3: Relatie Zorgverlener, zorgaanbieder, Gekwalificeerd Twiin Knooppunt en gemeenschappelijke voorzieningen. 

De knooppunten in het Twiin netwerk leveren een aantal functionaliteiten (zowel organisatorisch als technisch):

  • Aansluitpunt voor zorgaanbieders
  • Gebruiken van gemeenschappelijke voorzieningen
  • Routering naar een ander knooppunt
  • Zorgtoepassing specifieke voorzieningen (bijvoorbeeld een regionaal beeldarchief of een Babyconnect repository)

Te realiseren oplossing

  • Het programma draagt zorg voor een afsprakenstelsel en een set van gemeenschappelijke voorzieningen, die zijn voorbereid op uitbreiding van het aantal zorgtoepassingen in het gehele zorgdomein en opschaling in aantal aansluitingen en gebruikers.
  • De oplossing richt zich in eerste instantie op uitwisseling van gegevens tussen zorgaanbieders en biedt de mogelijkheid om informatie, zowel gestructureerd als ongestructureerd, in verschillende bestandsformaten (zoals pdf en DICOM) uit te wisselen en/of beschikbaar te stellen.
  • In het ontwerp en (mogelijk ook in de realisatie) krijgt gegevensuitwisseling met de burger/patiënt een vaste plek. Dit zal gelden voor de online toestemmingsvoorziening (Mitz), maar er zal ook transparantie naar de burger nodig zijn over hoe de daadwerkelijke uitwisseling van gegevens plaatsvindt. Hiervoor wordt regulier afgestemd met en aansluiting gezocht bij het MedMij programma.
  • De werkende oplossing betekent in technisch opzicht het realiseren van, op (internationale) standaarden gebaseerde, koppelvlakken tussen reeds aanwezige regionale en categorale netwerken en eventueel leveranciers afhankelijke netwerken. Deze netwerken zijn een onderdeel van knooppunten, die naast het voldoen aan technische criteria ook aan organisatorisch en functionele voorwaarden moeten voldoen. Deze knooppunten maken hierbij gebruik van gemeenschappelijke voorzieningen en ondersteunen de verschillende zorgtoepassingen.
  • Binnen het programma Twiin wordt aangetoond dat de landelijke infrastructuur werkt.

Voorzien in een functionele behoefte

  • De infrastructuur is geen doel op zich. Uitgangspunten zijn de zorgtoepassingen en de daarbij horende functionele behoeften en eisen van de eindgebruikers. Deze worden uitgewerkt, zodat de landelijke infrastructuur in die behoefte kan voorzien en om te borgen dat deze ook daadwerkelijk gebruikt zal worden.
  • De zorgtoepassing beeldbeschikbaarheid betreft beeld én verslag en is uitgewerkt gebaseerd op de visie van de NVvR. Deze visie is bijvoorbeeld geconcretiseerd in de functionele behoefte van een tijdlijn van de beeldvormende onderzoeken van één patiënt. De functionele behoefte van andere programma’s, zoals BabyConnect, is meegenomen in het gedachtegoed.
  • Daarnaast is er binnen beeldbeschikbaarheid behoefte aan een toestemmingsvoorziening en adressering van de diverse applicaties. Hierbij maakt Twiin gebruik van Mitz (toestemmingsvoorziening) en Zorg-AB (adressering), in lijn met het besluit va het Informatieberaad van 30 november 2020.
  • Naast beeldbeschikbaarheid wordt gewerkt aan databeschikbaarheid. Onder databeschikbaarheid vallen meerdere zorgtoepassingen (BgZ, verpleegkundige overdracht en geboortezorg) en verschillende functionele behoeften zoals benoemd door de programma’s eOverdacht, Registratie aan de Bron, VIPP5 en BabyConnect. Tevens wordt het uitwisselen van labwaarden, onderdeel van het programma Medicatie Overdracht, meegenomen.
  • De functionele behoefte van de eindgebruikers stelt eisen aan de organisatie van de zorgaanbieder en de processen en systemen binnen deze organisatie. Hier voorziet het programma Twiin niet in. Wel worden de vereisten vastgelegd in het afsprakenstelsel en kunnen er diensten worden ontwikkeld om de vereiste aanpassingen binnen de eigen organisatie te helpen realiseren.

Afsprakenstelsel met bijbehorende diensten

  • Om de infrastructuur in gebruik te nemen en te houden is een afsprakenstelsel nodig, waarbij op alle vijf lagen van het interoperabiliteitsmodel afspraken gemaakt zijn.
  • De landelijke programma's voor eOverdracht, Medicatie Overdracht, Registratie aan de Bron en de verschillende VIPP programma's die Twiin ondersteunt of gaat ondersteunen zijn verantwoordelijk voor de afspraken op organisatie-, proces- en informatie-laag (vastgelegd in de informatiestandaard); Twiin vertaalt deze informatiestandaard door naar applicatie- en infrastructuur-laag.
  • De aansluitvoorwaarden, die getoetst worden in het toetredingsproces bevatten naast de genoemde vijf lagen ook afspraken op het gebied van security en wetgeving. Daarnaast zullen de afspraken rondom beheer onder Twiin vallen en worden uitgewerkt.
  • Er zijn diensten nodig op het gebied van ontwikkeling, implementatie en beheer en om nieuwe aanvragen voor uitbreiding met andere zorgtoepassingen te kunnen opvangen en te realiseren.

Gemeenschappelijke voorzieningen

  • Gemeenschappelijke voorzieningen zijn een Twiin overstijgend vraagstuk. Twiin initieert en stimuleert discussies op landelijk niveau en ondersteunt deze discussies met feiten en concrete voorstellen. Twiin ontwikkelt eventueel wel tijdelijke oplossingen totdat de gemeenschappelijke voorziening kan worden ontsloten.
  • Twiin is mede verantwoordelijk voor de ontwikkeling van specifieke gemeenschappelijke voorzieningen, die nodig zijn binnen het Twiin afsprakenstelsel. Of deze vervolgens binnen Twiin ontwikkeld worden, ingekocht of uitbesteed worden, dient per geval besloten te worden.
  • De gemeenschappelijke voorzieningen worden per zorgtoepassing ontsloten, zoveel mogelijk vanuit het generieke karakter, waarbij de Online Toestemmingsvoorziening (Mitz) en Zorgaanbieders Adresboek (Zorg-AB) reeds als generieke gemeenschappelijke voorzieningen zijn benoemd voor Twiin. Zij zullen in werkstromen Beeldbeschikbaarheid en Databeschikbaarheid ontsloten worden, waarbij getoetst wordt op herbruikbaarheid in de andere werkstromen (indien van toepassing).
  • Het tonen van de tijdlijn van een patiënt is onderdeel van de werkstroom voor Beeldbeschikbaarheid en wordt verder uitgewerkt op organisatorisch, juridisch, functioneel en technisch vlak. Het concept van de tijdlijn is breder inzetbaar dan beeldbeschikbaarheid en zal zoveel mogelijk generiek ontwikkeld worden.




  • No labels